Groeten uit Frankrijk

Momenteel geniet ik van mijn welverdiende vakantie aan een zonovergoten kust. Eventjes niet pedicuren. Eventjes niet de klant maar mijn lief en mezelf centraal stellen. Hoewel, helemaal los van ons vak komen we nooit. Zo kijk ik graag heerlijk lekker lui vanaf het terras, met een café au lait binnen handbereik, naar alle voeten die voorbij paraderen. Vakidiotie zullen we maar zeggen. Eergisteren bijvoorbeeld…

Er wankelt een heftig corpulente dame op frêle schoentjes met naaldhakken van minstens 8 centimeter voorbij. Haren keurig in de permanent en gehuld in chique zomerjurk. Ze komt niet snel vooruit, dus ik kan haar onderdanen goed inspecteren. Een vlechtwerk van ragfijne spaghettibandjes moeten haar voeten de broodnodige steun geven. De voorzijde van de sandaaltjes is open. Zowat alle hamertenen steken over de rand heen en grijpen angstvallig naar de grond. Om twee tenen prijken likdoornpleisters. De hielen, voorzien van een welgevormde dikke eeltlaag mét kloven, dreigen bij iedere stap van hun paalwoning te vallen. Ik zie het met lede ogen aan en mijn handen verlangen automatisch naar het mes. In gedachten neem ik deze lady mee naar mijn campertje en snijd daar alle eelt fijn weg. En daarna gezellig samen naar de winkel voor een paar stevige stappers om haar overgewicht fatsoenlijk te ondersteunen.

Later die dag zie ik een paar geweldige zomerschoenen in een vrolijke etalage midden in het historische stadscentrum staan. Een grote poster schreeuwt, dat alle schoenen vandaag met vijftig procent korting de deur uit mogen. Die beauty’s worden van mij, beslis ik ter plekke, dus meteen maar eventjes passen. Binnen is het een drukte vanjewelste. De verkoopster haalt ‘mijn schoenen’ voor me uit het rek. Terwijl ik op een bank plaatsneem om ze te passen, valt mijn blik op alle blote voeten om mij heen: mycosenagels en voetschimmels zijn alom vertegenwoordigd. Ik ruik het er zowat vanaf. “Ik pas ze toch maar niet”, zeg ik in mijn beste Frans tegen de verkoopster, terwijl ik haar de ongepaste schoenen in de handen schuif. Verbaasd kijkt ze me aan. Wil madame misschien een pantykousje om de schoentjes te passen? “Nou nee, merci”, mompel ik, terwijl ik mij de winkel uit haast.

Maar niet alleen beroepsdeformatie plaatst mij regelmatig in de pedicuremodus. “En, wat doe jij voor de kost?” is vaak een van de eerste vragen, die mensen ter kennismaking stellen. Kennelijk menen we elkaar daardoor het beste en snelste te leren kennen.
Zodoende hebben een aantal campinggasten lucht gekregen van mijn beroep. Gisteravond nodigden onze buren ons uit voor een glaasje bij hen voor de tent. Binnen het uur lagen de vereelte voeten van de buurman tussen de rosé en de camembert op het wankele campingtafeltje. Hij had forse blaren tijdens het wandelen opgelopen en daar wist ik als pedicure vast wel raad mee.

Vanmorgen, ik liep nog rond in een minuscuul nachthemdje, klopte er een mevrouw met een klein, huilend meisje op de arm, op onze camperdeur. Ze had gehoord dat ik pedicure ben. Zou ik zo vriendelijk willen zijn om een splinter uit de grote teen van haar dochtertje halen? Tja, wat zeg je dan? Terwijl ik het hysterisch krijsende kind met moeite verloste van een stukje staaldraad, heb ik me heilig voorgenomen, dat ik voortaan secretaresse ben tijdens de vakanties.

Bernadet