Een gevallen vrouw

Ik struikel mijn hele leven al over minder dan niets maar écht vallen doe ik zelden. Tot op de eerste werkdag van het nieuwe jaar. Hoe het kwam weet ik niet maar ik struikelde over de laarzen van mijn cliënt en sloeg met een gigantische smak tegen de grond.

Verdwaasd keek ik op. Mijn voet lag er raar bij en mijn veiligheidsbril hing in twee stukken aan weerszijden van mijn hoofd. De wereld tolde in het rond. Mijn cliënt, mevrouw B., sprong uit de stoel en boog over me heen. “Gaat het weer een beetje, schat?”, vroeg ze met haar heerlijke, onvervalst Amsterdamse tongval. Ik zag nog steeds sterretjes, maar zei dat het ging.

Als vanzelfsprekend stapte ze vol overgave in de verzorgende rol. Ze haalde mijnheer van Z. uit de wachtkamer en samen hesen ze me in de behandelstoel. “Ik ga je snuit een beetje poetsen, mop, want het bloed drupt uit je neus.”, zei mevrouw B. moederlijk. Terwijl ze ijverig met een kletsnat doekje over mijn gezicht wapperde, duwde mijnheer van Z. een bekertje water in mijn handen. Terwijl ik dat klappertandend opdronk, zag ik mijn pijnlijke enkel met de seconde opzwellen tot meloenformaat. Ai! Mevrouw B. merkte het ook op. “Daar moet als de sodemieter ijs op! Waar is de keuken?” Vijf minuten later lag er een theedoek vol ijsblokjes op mijn zere, gezwollen enkel. “En nou gaan we je huisarts bellen, want dit ken zo echt niet”, besliste ze.

Terwijl mijnheer de Z. de cliënten voor de rest van de dag afbelde, bracht mevrouw B. me met haar brommobiel naar de huisarts. Die stuurde me door naar het ziekenhuis. Resultaat van de onfortuinlijke val: hersenen nog puik in orde, een zwaar gekneusde enkel en een scheurtje in een van de banden. De enkel ging in de tape en ik kreeg het dringende advies om eventjes niet te veel te belasten.

Vier uur later leverde mevrouw B. me netjes voor de deur af.
Na een dag op de bank voor de tv besloot ik om maar weer aan de slag te gaan. Ziek zijn is voor ons niet weggelegd. Het afbellen van cliënten zorgt voor te veel heisa. Je weet dan haast niet meer hoe je de inhaalslag moet maken.
In het begin was werken een heel gedoe. Mijn voet hoog leggen lukte niet. Ik kreeg een zere rug door die rare houding. Maar ik leerde al gauw omgaan met mijn tijdelijke handicap. Sterker nog: Ik ontdekte, dat mijn rollende werkstoeltje tijdwinst oplevert! Normaliter haal ik de mensen uit de wachtkamer. Nu roep ik ze naar binnen. Ik zwieper mezelf met werkstoel en al door de ruimte en rol vaardig tussen de behandelstoel, de telefoon, de ultrasoon en de balie heen en weer. Mijn klanten zijn geholpen en de kassa blijft rinkelen! En mevrouw B? Die heeft nog een verwenarrangementje van me te goed!

Bernadet