Verwarrend

Als u altijd wilt lachen-gieren-brullen met Bernadet, dan hebt u deze keer pech. Vandaag vertel ik u over een verdrietige ervaring met een cliënt. Vooral omdat u daar misschien lering uit kunt trekken. Een gewaarschuwde pedicure telt immers voor twee.

De voeten van Truus schreeuwden gewoonweg om orthopedisch schoeisel. Maar ze deed niets met het verwijsbriefje voor de orthopedisch schoenmaker. Er was altijd wel een andere reden waarom ze daar nog niet geweest was. De ene keer had ze de afspraak moeten afzeggen vanwege hevige kiespijn, de volgende keer was het een griep of onverwacht bezoek. Op den duur geloofde ik haar smoesjes niet meer. Blijkbaar wilde ze liever op haar foute instappertjes blijven lopen. Ik besloot het onderwerp voorlopig te laten rusten.

Truus verscheen steeds vaker niet op de afspraak. U weet, dat is onhandig en niet leuk. Ik liet haar dat ook enigszins geïrriteerd weten. Dan boog ze beschaamd haar hoofd en beloofde duizendmaal beterschap: ze zou me nooit meer vergeten. Om vervolgens de eerst volgende keer weer verstek te laten gaan. Als ik haar daags tevoren belde om haar aan de afspraak te herinneren, reageerde ze boos: Ze was toch zeker geen klein kind meer! Nee, maar wel erg slordig in het nakomen van haar afspraken.

De keren dat ze nog wél kwam, had ze haar portemonnee niet bij zich; o, jee, vergeten! Ze beloofde het bedrag over te maken. Dat gebeurde vervolgens niet en zo ontstond er een betalingsachterstand.
Op een gegeven moment was voor mij de maat vol en ik zei haar de wacht aan: eerst het achterstallige bedrag betalen, daarna maken we een nieuwe afspraak. Truus schold me uit voor leugenaar, want volgens haar had ze netjes betaald. Ze liet niets meer van zich horen. Ik vond het wel best, want zulke klanten kan ik missen als kiespijn.

Verleden week hoorde ik, dat ze in een psychogeriatrisch verpleeghuis is opgenomen. Ze bleek aan dementie te lijden. Niemand van haar buren, het handjevol kennissen en verre familieleden had dat in de gaten gehad. Ik ook niet. Truus was een zestiger, ze deed niet raar en ze sprak geen wartaal uit. Ze had op knappe wijze een torenhoge façade opgebouwd om haar ziekte te verbloemen. Iedereen leidde ze om de tuin met verzonnen verhalen. En wij waren er met z’n allen keurig ingetrapt. Hoe eenzaam kun je zijn? Een paar weken geleden werd ze in zwaar verwaarloosde toestand aangetroffen en meteen in een instelling opgenomen.

De puzzelstukjes van de smoesjes rond de orthopedische schoenen, het vergeten van de afspraken, het niet betalen en haar kwaadheid vallen ineens op hun plaats. Nu voelt het ellendig dat ik haar min of meer de toegang heb ontzegd. Haar dementie verwart mij. Ik was zo anders met haar omgegaan als ik op de hoogte was geweest van wat er scheelde. Morgen ga ik haar bezoeken. Misschien heeft ze nog een pedicure nodig in het verpleeghuis.

Bernadet