Rake klappen

Meneer B. is altijd veel te vroeg. Minstens een half uur voor het afgesproken tijdstip zit hij in een soort schaatsers starthouding ongeduldig in de wachtkamer op zijn beurt te wachten. Nerveus trommelt hij met zijn vingers op het salontafeltje.

Op een gegeven moment ken je als pedicure je pappenheimers: ik houd stiekem rekening met zijn te vroege komst. Zo plan ik hem nooit als eerste. Hij zou al aan de deurbel hangen terwijl ik nog op één oor lig te knorren. En ik zet altijd een iets latere behandeltijd op het afsprakenkaartje dan stipt volgens de planning zou moeten. Kun je nagaan…
Veel mankeert er niet aan zijn voeten. Ik knip zijn nagels en frees hier en daar een flintertje eelt weg. Daarna kan hij weer minstens twee maanden vrolijk door het leven stappen.

Onder de voetverzorging kletsen we altijd heel wat gezelligs af. Sinds hij in de VUT zit, is hij een fervente darter en een fanatieke hobbykok. Genoeg gespreksonderwerpen voorhanden dus. Bovendien heeft meneer B. werkelijk overal een mening over. Om zijn betoog kracht bij te zetten, slaat hij geregeld met beide handen ferm op de armleuningen van de behandelstoel. Dat went nooit. Zelfs na zeven jaar schrik ik hier iedere keer weer van. Als de fabrikanten nog eens een stoelentester nodig hebben: ik weet er een!

Afgelopen maandag vertelde hij, dat er een paar weken eerder in zijn huis was ingebroken. De televisie, sieraden, van alles was er weg. “Onze wijk verloedert met de dag”, mopperde hij. “Wie kun je tegenwoordig nog vertrouwen? Je kunt toch zeker niks meer buiten laten staan! Nou heb ik zo’n mooie fiets gekocht maar denk je, dat ik die durf te gebruiken? Niks hoor. Dat mag ik niet eens meer van moeder de vrouw. Mijn oude barrel staat hier bij jou voor de deur. Dat roestblik zullen ze wel met rust laten.” Ik verstond hem nauwelijks door het kabaal op straat. We sloten de voetverzorging af, maakten een nieuwe afspraak en namen afscheid.

Twee minuten later stond hij weer voor mijn neus, met zijn fietssleuteltje in de lucht gestoken. Hij had zijn fiets tegen mijn oud ijzerwaar geparkeerd en nu was ie weg! Tja, een beetje dom was dat wel. De oudijzerboer meende, dat het barrel bij het schroot hoorde en had ‘m in de laadbak geworpen. Meneer B. zag het open bestelwagentje, met zijn fiets als trofee bovenop de berg met oud ijzer, nog net om de hoek van de straat verdwijnen. Te laat om erachteraan te gaan.
“Nou heb ik helemaal niks meer. Ik kan naar huis gaan lopen”, zuchtte hij vertwijfeld, terwijl hij zijn handen met een rake klap op de balie liet neerkomen. Laat daar nou net mijn verse kopje koffie staan. Het schoonmaken kostte me meer dan een kwartier maar mijn toetsenbord heeft het gelukkig overleefd.

Bernadet