Pedicurehart aan zee

Oei, wat vind ik het toch lastig om me tijdens de vakantie los te scheuren van mijn werk. Dit jaar kwam daar nog een extra moeilijkheidsfactor bovenop omdat we de eerste week thuis bleven. ’s Morgens, tijdens het ontbijten in de tuin, hoorde ik de telefoon in het praktijkgedeelte van het huis dwars door de stille buitenmuur heen. Er werd een lang verhaal ingesproken…..

Wie zou het zijn? Heeft het haast? Mijn beroepsoren jeukten van nieuwsgierigheid. Mijn benen daarentegen zetten het liefst geen stap in de praktijkruimte tijdens de vakantie. Dat geeft een strijd van jewelste.
In de supermarkt kom ik geheid cliënten tegen. Ze brengen me ongevraagd graag even op de hoogte van hun actuele voetproblemen. Ik luister beleefd.

Eén meneer maakte het ooit wel heel bont: hij wandelde doodleuk mijn tuin in en deelde mee dat ik even naar een pijnlijke nagel moest kijken. Het leek meer op een militair bevel dan op een beleefd verzoek. Mijn gesputter ‘Maar ik heb vakantie’ vond hij quatsch. “Je bent toch thuis?”, redeneerde hij. Zie daar het grote voordeel van een praktijk buiten de deur, het beste in een andere stad.

Maar ja, ook al liggen we nu op een strandbedje aan de Middellandse Zee, mijn pedicurehart speelt me nog steeds parten. De op het strand voorbij paraderende voeten doen mij ogenblikkelijk denken aan de eeltige hielen van mijnheer A. of de convexe nagels van mevrouw B. Als mijnheer A. met zijn ernstige diabetesvoeten maar niet wéér op blote voeten langs de zee gaat wandelen. En zou mevrouw B. nou bredere schoenen aangeschaft hebben? Ze moet door mijn vakantie een week langer overbruggen dan normaal. Als dat maar goed gaat met die nagels.

Niet prakkezeren, Bern, denk ik mezelf streng toe. Maar daar dwalen mijn gedachten al weer af naar alles wat ik eigenlijk allang moest doen maar niet deed. De muren in de praktijkruimte hebben dringend een verfje nodig. Dat had ik mooi tijdens de eerste week kunnen aanpakken natuurlijk. En o, wat stom! Ik ben vergeten om mijn motor voor vertrek naar de technische dienst te brengen! Zit ik straks nog steeds met dat haperende knopje. Handig met die bomvolle agenda tijdens de eerste werkweken. De bedrijfsadministratie had ik natuurlijk ook al lang moeten bijwerken. Dat wordt een zooitje zo. Had ik die e-learning van het HBA nou al helemaal afgemaakt of moest ik daar nog wat mee? Ik weet niet eens of ik eigenlijk al genoeg punten heb verzameld!

“Wat is er?”, vraagt Lief. “Je hebt zulke dikke fronsen in je voorhoofd. Pas maar op, straks krijg je witte streepjes tussen het bruin. ” Als ik benepen piep, dat ik een ondernemer van niks ben, wrijft hij eens stevig over mijn rug. “Loslaten, Bernadet”, antwoordt hij stellig. “Mede dankzij jouw dikke winst liggen we hier nu heerlijk op een strandbedje te niksen. Met zo’n ondernemer durf ik wel in zee te gaan!”

Bernadet