Hardleers

“Wat ben ik blij, dat ik vandaag bij jou in de stoel zit, Bernadet”, zegt mevrouw A. opgelucht. “Ik loop al weken met pijn. Die vier maanden ertussen zijn toch wel erg lang.” Ja, dat verbaast me niks. Mevrouw A. haar voeten hebben zeer regelmatige verzorging nodig, wil ze pijnvrij lopen. Vroeger kwam ze om de twee maanden en dat was eigenlijk al iets te weinig. Om een beetje te bezuinigen, rekt ze die tussentijd de laatste jaren alsmaar meer. Ik begrijp dat wel maar ik ben er niet erg blij mee. En uiteindelijk schiet ze er financieel niet veel mee op, want voor een uitgebreidere voetverzorging reken ik een hoger tarief. Maar ja, de klant heeft altijd het laatste woord.

Ik schrik van het resultaat van dit opgespaarde bezuinigingsbeleid: twee ingroeiende nagels, heel veel eelt, opengebarsten eeltkloven op de hielen en een lelijke likdoorn tussen de tenen. “Had toch gebeld om de afspraak te vervroegen”, mopper ik een beetje. “Dat wilde ik wel, Bernadet, maar daarvoor schaamde ik me te veel. Ik ging toch vlak na mijn laatste bezoek aan jou naar Verweggistan? Nou, daar heb ik op de eerste de beste dag een Verweggistaanse pedicure bezocht. Mooi gelakte nagels leek me wel wat en iedereen in het hotel raadde haar aan. Ik zag er echt geen kwaad in. Maar achteraf had ik het beter niet kunnen doen. Ik zat daar op een laag krukje, mijn voet bij die pedicure op schoot, ik kreeg er kramp van. Die vrouw haalde direct hoofdschuddend de lapjes, die jij altijd zo netjes onder de zijkanten van de nagels legt, weg. Voor ik het door had, knipte ze de hoeken van mijn nagels af. Ik weet van jou, dat dat absoluut niet mag. Toen had ik eigenlijk al spijt van dat bezoek. Daarna ging ze in de weer met allerlei vijlen. De nagelriemen werden hardhandig losgemaakt. Ik had het gevoel, dat alles, wat jij zorgvuldig had opgebouwd, door haar teniet gedaan werd. Mijn nagels werden inderdaad mooi gelakt maar ik heb minstens drie dagen lopen strompelen door de pijn. Het spijt me echt, dat ik je nu zoveel werk bezorg”, beëindigde ze haar relaas met een schuldig gezicht.

“Nou, lekker dan, mag ik het weer opknappen. Van je internationale collega’s moet je het maar hebben!”, dacht ik, terwijl ik zei, dat ik wel begreep, dat ze met mooi gelakte nagels bij het zwembad wilde liggen. Enfin, een dik uur later kunnen we haar voeten weer door een ringetje halen, inclusief de copoline.
Zullen we de volgende afspraak dan maar weer over twee maanden plannen?”, stel ik hoopvol voor. “Nou, ik denk, dat ik vier maanden ook wel red hoor”, reageert ze luchtig. Ik zeg maar niks meer.

Bernadet