Vorstverlet

We leven in de eerste week van februari. Het is ijskoud buiten. Er waait een gure wind door de straat. Op de ramen van de auto’s zit een gemeen ijslaagje. Af en toe sneeuwt het. Ik zie weinig mensen op straat. Wat heerlijk toch, zo’n praktijk aan huis. Ik hoef nooit in de weer met ijskrabbers, ruitenontdooiers en slotsprays.

In de gedachte mijn cliënten een warm welkom te bezorgen, draai ik de radiatoren in de praktijkruimte en in de wachtkamer flink open. Zal ik de mensen trakteren op warme chocolademelk?

Maar na één blik in mijn agenda laat ik dat idee meteen weer varen. Ai, het wordt vandaag duimen draaien geblazen, dat kan ik op tien vingers natellen. Ik weet precies wie er zo meteen af gaan bellen. Te koud, te glad, te eng, te ziek-zwak-misselijk, geen bus en al helemaal geen trein, de auto wil niet starten en zo zijn er nog tal van andere ongemakken te bedenken waarom mensen vandaag NIET naar de pedicure kunnen gaan. De huisarts, oké, dat lukt ze nog wel. De kapper en de slager misschien ook. Maar de pedicure? Nee, die moet maar wachten tot het iets beter weer is. En dan wel meteen, want met die kou steken de eksterogen altijd wat heftiger.

Mijn vermoeden wordt waarheid. Vandaag is een echte gatenkaas. Af en toe komt er een cliënt, die wél zo stoer is om zich buiten op straat te begeven. De rest van de clientèle belt af voor vandaag. Ik snap het ook wel dat zeventigplussers dat koude winterweer niet zien zitten. Dus maak ik er het beste van. Ik poets wat in de praktijk, ik werk mijn administratie bij, ik drink nog maar eens een kop koffie en ik geeuw me een ongeluk. Niks te doen hebben, daar wordt een mens pas moe van. Vooral in de wetenschap, dat dit dagje op korte termijn ingehaald moet worden. WAAR moet ik al die afbellers op korte termijn in vredesnaam in mijn agenda plaatsen? Ja, mevrouw de Vries, morgen heb ik nog wel een gaatje voor u. Maar hoe betrouwbaar is uw belofte, dat u dan wél komt? Gezien de barre weersvoorspelling heb ik daar weinig fiducie in. Zo vul ik het ene gat met het andere.

Even overweeg ik om de zaak om te draaien. Ik kan natuurlijk wat pedicurespulletjes bij elkaar graaien, dik ingepakt in de auto stappen en voor deze ene keer de voeten bij de mensen aan huis verzorgen. Klaar is maar klaar. Maar mijn werkanimo is al te ver onder het vriespunt gezakt. Mevrouw Winters, de enige persoon, die vandaag nog op het programma staat, bel ik af en mijn beste vriendin bel ik op. In plaats van mijn pedicurekoffer vul ik mijn sporttas. Net zoals een echte bouwvakker neem ik de rest van de dag vorstverlet. Ik ga mezelf eens heerlijk opwarmen in de sauna. Morgen zien we wel weer.

Bernadet