Opp(l)assen

Als de nood hoog is willen cliënten natuurlijk graag een plasje plegen voor of na de voetverzorging. Zij kunnen gebruik maken van het toilet in de gang. Ik heb geen idee wat mensen allemaal in de pot proppen maar op een kwade ochtend zat deze ineens vol met smerige derrie. Compleet verstopt. Het eerste gaatje in de agenda van de loodgieter valt helaas pas op het einde van de dag. Tot die tijd moet het toilet hermetisch op slot.

En ja hoor. ‘s Middags wil de tachtigjarige mevrouw van G. per se wateren na de voetverzorging. Ik stel haar voor om dat voor een keertje bij de cafébaas op de hoek te doen. Dat mag vast wel. “Maar ik moet nú, Bernadet”, piept ze met een benauwd stemmetje. “Zo durf ik echt de straat niet op.” “Oké, mevrouw van G., dan gaan we samen naar de wc op de eerste etage.” Terwijl ik achter haar aan de trap op sjok, gaat de werktelefoon. Ze bellen maar terug.

Terwijl ik voor de deur van het kleinste kamertje sta te wachten, rinkelt de telefoon beneden opnieuw. Dringender, lijkt wel. Mevrouw van G hoort dat kennelijk ook. “Bernadet, pak die telefoon toch op! Ik red me heus wel”, roept ze vanuit het toilet. “Straks loop ik meteen naar buiten. Tot over zes weken.” Ik druk haar op het hart om straks voorzichtig naar beneden te gaan, ren de trap af en grijp de hoorn van de haak.

“Ben ik nu aan de beurt, Bernadet?” Meneer F. steekt zijn hoofd ietwat ongeduldig om de praktijkdeur. “Ik moet zo op sollicitatiegesprek. Je bent al uitgelopen en nu wordt het wat krapjes.” Kom maar binnen, gebaar ik naar hem. Ik sluit het telefoontje af en tref snel voorbereidingen om zijn voeten te verzorgen. Dan horen we een verschrikkelijke bons en een hoge gil. Ik ren naar de gang. Mijn bange vermoeden wordt waarheid: mevrouw van G. ligt languit in de hal. Ze miste de laatste traptrede. “Het gaat wel, schat. Dat dikke spek op mijn ouwe pootjes is een goeie schokdemper”, grapt ze moedig. “Ik voel niks, dus het zal wel meevallen. Ik ben alleen een beetje bibberig.”

We bekijken haar armen en benen en pfffffffffft, alles ziet er wonderlijk normaal uit. Geen bloed, geen zwellingen. Samen met meneer F. hijs ik haar omhoog en zet haar op een stoel. Klappertandend van de schrik drinkt ze een glaasje water. Meneer F. vertrekt met onverzorgde voeten richting zijn sollicitatiegesprek. Ik breng mevrouw van G. naar huis.

Die nacht lig ik woelend wakker, boos op mezelf. Ik heb een flinke steek laten vallen door een oud mens alleen van mijn trap te laten lopen. Het had zoveel slechter kunnen aflopen. De ergste horrorscenario’s flitsen door mijn warhoofd. En dat is maar goed ook. Deze schrik is een enorme leer voor een volgende keer.

Bernadet