In de wieg gelegd

Twee weken geleden liep ik weer eens heerlijk over de beursvloer in Apeldoorn te struinen. Me lekker vergapen aan de nieuwste behandel- en werkstoelen. Het is haast spijtig dat mijn praktijkmeubilair nog niet aan vervanging toe is. Aan crèmepjes ruiken. Freesjes bevoelen. Demonstraties bijwonen. Natuurlijk een bezoekje brengen aan de stand van Podopost. Eventjes de mensen van de redactie gedag zeggen. Meteen het nieuwste boek van Toonstra en de Groot kopen. De lezing van ProVoet over het traject ‘Maatwerk medisch pedicure’ bijwonen, want dit onderwerp blijft ook mijn gemoed bezig houden.

Zo’n beurs is ook de perfecte plek om onbekende collega’s te ontmoeten. Nergens maak je zo gemakkelijk contact met je makkers als bij de stands. Gebogen over de nageltangen wissel je bijna vanzelfsprekend ervaringen uit en voorzie je elkaar van tips. En van lieverlee gaat het gesprek over andere issues die ons allen zo nauw aan het hart liggen.

Soms tref ik negatievelingen. Mopperkonten die overal tegen zijn. Dat heeft een slechte uitwerking op me, dus hen ga ik zo snel mogelijk uit de weg.
Daarentegen ontmoet ik juist graag de bevlogen beroepsfanaten. Hun verhalen bezorgen mij iedere keer een enorme oppepper. Ze raken nooit uitgepraat over voetproblemen en hoe die aan te pakken. Ze hebben altijd plezier in hun werk, of het nu maandagochtend of vrijdagmiddag is. Ze zijn enorm collegiaal. Ze rekenen nooit uit hoeveel jaar ze nog moeten werken tot aan hun welverdiende pensioen. Ze volgen elke cursus, bezoeken iedere beurs, hebben een tiptop praktijk en houden van hun cliënten. Kortom: het pedicuren zit hen vol in het bloed.

Deze keer raakte ik ook weer in gesprek met zo’n vakvrouw in hart een nieren. Vijf jaar geleden sloot ze op vijfenvijftig jarige leeftijd haar pedicurepraktijk omdat het werk fysiek toch wel zwaar voor haar werd. Ze kon parttime in de drogisterij van haar schoondochter aan de slag, dat gaf de doorslag. Met pijn in het hart verkocht ze de praktijkinventaris en bracht haar cliënten bij de beste collega’s in de buurt onder. Het winkelwerk was leuk maar oei, wat miste zij de voeten en de mensen die daaraan vastzaten! Na drie jaar hield ze het niet langer uit. Zij was voor het pedicurevak in de wieg gelegd, besefte ze, niet voor de verkoop van shampoo en tandpasta. Dus sleepte ze alle rotzooi uit de voormalige praktijkruimte, voorzag deze van een frisse lik verf, boende de vloer blinkend, kocht opnieuw apparatuur, meubilair en instrumenten en heropende haar praktijk. Nu, een jaar later, was ze vier halve dagen per week aan de slag. Ze voelde zich weer top. Zo wilde ze nog jaren doorwerken, vertelde ze me stralend.

Na zo’n beursdag met inspirerende gesprekken met collega-vissen-in-het-water ga ik altijd net weer een tikkeltje enthousiaster aan de slag. Ik heb voorlopig weer voldoende bruisvitaminen achter de kiezen.

Bernadet