Spierballentaal

Meneer van Z. is een boomlange kerel van minstens 130 kilo. Bij de eerste afspraak beantwoordde hij de anamnesevragen met duidelijke tegenzin. Tijdens de voetverzorging zei hij geen woord meer. Nou houd ik best wel van een beetje rust. Maar zo’n zwijgende en starende reus tegenover je voelt toch niet echt lekker.

Tijdens de behandelingen die volgden, heerste er steeds een unheimische sfeer. Pogingen om de ijzige stilte met wat luchtig geklets te doorbreken, mislukten. Meer dan een chagrijnig gehum kreeg ik er niet uit. Dus zweeg ik ook maar.

Begin deze week komt meneer binnen, bromt een soort goeiedag, schopt zijn slippers uit en ploft op de behandelstoel neer. Ik doe de beensteunen omhoog, leg een doek onder zijn benen en kijk vervolgens naar voren, recht zijn wijd openstaande gulp in. Daar prijkt gelukkig nog wel een slip. Het schaamrood stijgt per direct naar mijn wangen. Ik voel me zeer ongemakkelijk.

Niet wetend hoe te reageren buig ik me over zijn voeten en ga aan het werk. Doet deze man dit nou expres om me te provoceren of is die rits per ongeluk open blijven staan? Heb ik hier nu te maken met ongewenste intimiteiten of verbeeld ik me dat maar? En wat moet ik hiermee? Als ik er iets over zeg, dan vestig ik de aandacht op zijn kruis. In het geval van een vergissinkje zal meneer zich waarschijnlijk nogal generen. Als het wél een doelbewuste actie blijkt te zijn, breng ik mezelf in een zeer ongemakkelijke situatie. Dat is wel het laatste wat ik wil. Maar door er niets over te zeggen laat ik misschien wel met me sollen.

Eigenlijk zou een kwinkslag hier de beste oplossing zijn maar juist door de beklemmende stilte lukt me dat niet. Uiteindelijk doe ik maar of ik die hele open gulp niet gezien heb. Ik werk door en negeer alles wat zich boven zijn voeten bevindt. Met mijn stuurse blik hoop ik toch een soort protest aan te tekenen, nogal tegenstrijdig dus. Na zijn vertrek overheerst bij mij het kwaaiige gevoel dat ik iets heb laten gebeuren dat ik niet had moeten pikken.

Het liefste zou ik deze cliënt voor altijd afbellen. Maar dan zadel ik een andere pedicure met hem op. Dat kan ik niet maken. Maar het zet me wel aan het denken.

Wat kun je nu het beste doen in dit soort situaties waarbij je voelsprieten signalen menen op te vangen maar je niet zeker weet of die kloppen? Wat kun je tegen zo’n reus beginnen als hij daadwerkelijk iets kwaads in de zin heeft? Hoe gaan wij om met agressiviteit en intimidatie? Hoe kwetsbaar zijn wij als het erop aan komt?

Aan dit soort zaken besteden basisopleidingen geen structurele aandacht. Het vak ‘omgangskunde’ ontbreekt, terwijl wij als solistische werkers echt wel wat fysiek én mentaal sterkere spierballen kunnen gebruiken. Een gedegen weerbaarheidstraining voor pedicures is absoluut geen overbodige luxe. Wie neemt het initiatief?

 Bernadet