Twintig jaar wervelwind

Hannie, mijn trouwe hoofd huishouding, viert op 1 november haar twintigjarige dienstjubileum. Dat is een gaaf feestje waard want o, wat is het toch een zalige luxe als er één keer in de week zo’n wervelwind door je huis gaat!

Iedere week neemt ze vóór openingstijd de wachtkamer, de gang en het bezoekerstoilet onder grote handen. Daar schrobt, boent, reinigt, kuist, borstelt en stoft ze dat het een lieve lust is. Spinnen kunnen beter de poten nemen, want hun overlevingskansen zijn nihil bij confrontatie met deze witte tornado. Ze poetst de ramen van de praktijk tot ze blinken. Daarmee geeft ze aan de buitenwereld de boodschap af dat het binnen proper is.
Wekelijks strijkt Hannie mijn uniformen keurig in de vouw. Dankzij haar stap ik vijf dagen in de week in een schoon en kreukvrij tenue. Tussen de bedrijven door drinken we samen een bakkie leut. Dat moet altijd snel-snel, dus drukt zij vast op de knop van de koffiemachine zodra ik daar telefonisch een seintje voor geef.
Na gedane arbeid stap ik in een spic en span huis, geen vuiltje meer aan de lucht. Hoe heerlijk is dat? Ik weet mijn spaarzame vrije tijd wel op een leukere manier te vullen.

Hannie draagt ook op andere wijze bij aan mijn flitsende carrière. Toen ik startte met de pedicure-opleiding, stelde ze spontaan haar voeten ter beschikking. Ze had wel een likdoorntje hier en een eeltplekje daar, prima om op te oefenen. Geregeld vroeg ze wanneer ze nou eens aan de beurt was. Maar oei, ik leed aan koudwatervrees en had steeds weer een ander smoesje voorhanden om de afspraak uit te stellen. Toen ik vier maanden met de opleiding bezig was, maakte ze daar korte metten mee. “Ziezo”, zei ze, “nu heb je op school wel genoeg geleerd om mijn voeten te kunnen verzorgen. Mijn lange nagels wachten met smart op je. Wanneer ga je ze knippen? Zo gaf me net het zetje zekerheid om daadwerkelijk met de tang aan de gang te gaan. Eindeloos geduld heeft ze voor me opgebracht, want in den beginne had ik minstens een uur per voet nodig.

Hannie stond naast me, een arm om mijn schouder, toen ik met trillende handen de envelop met de uitslag van het praktijkexamen opende, zelf overtuigd van mijn jammerlijk falen. Toen bleek dat ik wél geslaagd was, sprongen we samen juichend in het rond. Daarna werd Hannie mijn allereerste cliënt met nummer 0001 in de administratie.
Hannie leest mijn columns en blogs, ze is zowat mijn trouwste fan.

Ze is altijd vrolijk, gaat zingend door het huis, toont immer belangstelling en meldt zich nooit ziek. Kortom (inmiddels vast wel een tikkeltje jaloerse) lezers, ’t is jammer voor u maar het zal duidelijk zijn: ik heb de beste hulp in de (praktijk)huishouding van heel Nederland! Het succes van mijn onderneming is mede te danken aan haar enorme inzet en hulpvaardigheid. En dat verdient een ongelooflijk dikke duim.