Warrige scheiding

Het harde geluid van de deurbel dringt langzaam tot mijn grijze hersenpan door. Ik richt een lodderig oog op de wekker: ai, half negen! Ik had nu mijn eerste cliënt moeten ontvangen. Weer klinkt de deurbel. Nu langer, een volhoudertje. Dat is zeker weten meneer S., een man van de klok. Hij trof de praktijkdeur nog dicht en drukt daarom maar op de privébel. Wat zal ik doen?

 

De bel negeren en hem later een smoesje op de mouw spelden? Aantrekkelijk maar nee, dat gaat me te ver.

Naar beneden en hem in mijn versleten badjas, met een warrige haardos en onopgemaakte, dikke slaapogen te woord staan? Een schriller contrast tussen privé-en-net-wakker-Bernadet en Bernadet- de-ordentelijke-pedicure met een nette scheiding in de gekamde haren en in keurig schoon gestreken uniform kan ik meneer S. niet tonen. Hij zou smullen van dit inkijkje in mijn privéleven. Dat krijg ik nog jaren te horen. En de kans is groot dat er dan een smeuïg verhaal over Bernadet-de-slons door mijn klantenkring gaat cirkelen. No way.

Bellen gaat ‘m ook niet worden. Mijn werkmobiel met daarop zijn telefoonnummer ligt beneden aan de lader. Om die te bereiken moet ik de rijkelijk van glas voorziene voordeur passeren. Daardoor staat mijn cliënt nu vermoedelijk naar binnen te turen.

Op zulke momenten ervaar ik hoe fragiel de scheidslijn tussen werk en privé bij een bedrijf aan huis is. De cliënten zien mijn huis en daar hebben ze allemaal een mening over. Dat mag maar ik kan niet altijd even goed omgaan met hun (waarschijnlijk goedbedoelde) bemoeienis en nieuwsgierigheid. “Die struik moet je hoognodig snoeien, Bernadet!” en “Wanneer repareert je man die dakgoot nou eens?” Of, erger: “Wie kwam er afgelopen zaterdag bij jou op bezoek?” Het zijn allemaal geen topgeheimen maar ik vind het gewoonweg niet fijn en niet passend om met mijn cliënten over mijn privéleven te praten. Ik ben immers hun pedicure, niet hun vriendin of hun buurvrouw. Toch geef ik uit pure beleefdheid nog te vaak braaf antwoord op dit soort vragen en opmerkingen. Of ik lach het een beetje ongemakkelijk weg.

Waar ligt mijn grens en hoe bewaak ik die? Een gevatte kwinkslag zou waarschijnlijk de beste reactie zijn maar zo ad rem ben ik nou ook weer niet. Het is niet zo eenvoudig als het lijkt.

Eureka, voor nu heb ik de oplossing! Vanaf de vaste telefoon naast mijn bed bel ik mijn overbuurvrouw en vraag of ik via haar mobiel eventjes met de meneer voor mijn voordeur mag spreken. Op deze gepaste afstand biecht ik meneer S. op dat ik mij schromelijk verslapen heb. Hij lacht zich een kriek. Gelukkig is hij bereid om zijn afspraak naar vanavond te verzetten. Een praktijk aan huis heeft ook zo z’n voordelen. Reistijd naar het werk: één minuut. Files zijn uitgesloten. Nu kan ik me tenminste nog een snel bad en haastig broodje veroorloven voor ik weer in vol gesteven ornaat in mijn pedicurehuidje kruip.

 

Bernadet