In blijde verwachting!

“Ik ben zwanger!”, jubelt collega Nathalie. “En nou wil ik jou vragen of je me een paar maanden wilt vervangen op de psychogeriatrische afdeling van het verpleeghuis. Het gaat om veertig mensen met een dementieel beeld.” Natuurlijk wil ik dat voor haar doen. Ik moet er wekelijks een halve vrije dag voor inleveren maar ach, het is tijdelijk.

 

Het is een bijzondere ervaring, zowel in positieve als negatieve zin. Ik verzorg de voeten van de bewoners op hun kamer, want er is geen aparte behandelruimte beschikbaar. Echt hygiënisch is dat niet met stoffen vloerbedekking, dus sjouw ik tegenwoordig een rolletje zeil mee.
Al doende leer ik hoe ik met alle bewoners om moet gaan. Tegelijk is het een oefening in geduld. De meeste mensen haal ik op uit de huiskamer. Sommigen gaan heel gemakkelijk met me mee, bij anderen moet ik praten als brugman. Een enkeling heeft er echt geen zin in, terwijl de nagels eigenlijk hoognodig geknipt moeten worden. Volgende week maar weer proberen. Bij de ene mevrouw blijk ik goed te kunnen pedicuren als ik haar een knuffel in handen geef. Bij een ander werkt samen zingen het beste. Het hele repertoire van André Hazes komt aan bod. Verleden week haalde een geagiteerde meneer naar me uit, ik kon nog net wegduiken. Een voet was klaar, de andere doe ik de volgende keer wel.
Voor een aantal mensen is de beensteun te hoog. Dan zit ik op een laag voetenbankje. Niet echt de beste houding maar hoe moet ik het anders oplossen? Op bed leggen lukt ook niet altijd.

Opvallend veel bewoners maken zich zorgen over de rekening. Want wat kost dat nagels knippen wel niet? Zeggen dat de rekening al betaald is, helpt niet echt. Een mevrouw betaalt mij met speelgoedgeld, dat werkt prima.
Mijn ervaringen met het verzorgend personeel wisselen. Het blijkt er maar net aan te liggen wie er die middag toevallig dienst heeft. Volgens afspraak schrijf ik ruim van tevoren netjes in de afdelingsagenda welke bewoners er die middag op mijn lijstje staan. Sommige personeelsleden houden hier keurig rekening mee. Ze leggen de bewoner zo nodig op bed. Bij onrust houden ze diens hand vast. Ze nodigen me als vanzelfsprekend uit voor een kopje koffie tijdens de pauze. Als ik vraag om actie te ondernemen bij bepaalde voetproblemen, dan doen ze dat. Bij andere verzorgenden ervaar ik eerder tegenwerking. “Zoek je meneer A? O, die is buiten, wandelen met zijn dochter. Mevrouw B? Nee, die zit beneden bij de kapster. Huh? Stond het in de afdelingsagenda? Nee, niet op gelet.” Geen sorry, geen koffie, zoek het maar uit.

De betalingen via de familie lopen niet overal even soepel. Sommigen vertrouwen er blijkbaar op dat ik de voeten van hun vader of moeder uit humanitaire overwegingen toch wel blijf verzorgen. Dat klopt, helaas.
Nathalie heeft inmiddels een gezonde achtponder. Ik ben ondertussen nog in blijde verwachting van een paar kilo euro’s.

Bernadet