Panne!

Je hebt van die weken dat alles tegelijk kapot gaat. Het is hoogzomer, mijn airco zoemt gezellig op de maat van de pedicuremotor. Ineens zegt ie pfffff. Daarna stilte en een beetje stinken. Ai, tot zover de airco. Ik heb bijna vakantie, dus volle bak deze week. Een oververhitte praktijkruimte kan ik missen als kiespijn. Waar haal ik zo snel een monteur vandaan en wanneer kan hij terecht in de praktijkruimte?

 

Lang hoef ik hier niet over te prakkiseren, want geen enkele airco-reparatiebedrijf heeft deze week tijd om langs te komen. “Hittegolf, mevrouwtje, wat wilt u!” Het is al gauw bloedheet in de behandelruimte. Da’s ook geen wonder. Twee heftig transpirerende mensen in een betrekkelijk kleine ruimte, een zowat continu draaiende pedicuremotor, veel brandende lampen en de laptop aan. De zweetdruppels lopen in straaltjes over mijn rug. Ik haal de ventilator uit de wachtruimte. Niet leuk voor de wachtende mensen maar in de praktijk is ie nu harder nodig. Sommige cliënten mopperen dat ze ziek worden van die blazer. Oké, dan maar weer uit. ‘s avonds lig ik gesloopt op de bank.

De volgende dag moet ik naar mijn PG-cliënten in het verpleeghuis. Ik vervang daar een collega met zwangerschapsverlof. Maar als trouwe lezer van mijn blog weet u dat natuurlijk. Ik ben al rijkelijk aan de late kant en trap het gaspedaal ietsje meer dan gebruikelijk in. “Kedeng!”, klinkt het tien minuten later onder de motorkap. Direct daarna gaat het rode lampje branden. Ik zet mijn auto meteen aan de kant. Diepe zucht, alwéér panne. Wat nu? De ANWB bellen natuurlijk, daar zijn we lid voor. “Het is momenteel erg druk, dus het zal nog wel even duren voor de wegenwacht bij u is”, zegt de mevrouw van de ANWB-centrale. “Maar ik heb helemaal geen tijd om te wachten!”, roep ik enigszins paniekerig. Er staan voor vanmiddag acht bewoners op de rol. Hun voeten moet ik echt doen met het oog op mijn aanstaande vakantie. “Heb toch maar even geduld”, zegt mevrouw ANWB stoïcijns.

De batterij van mijn smartphone blijkt leeg, dus ik kan de verzorgende van de afdeling niet doorgeven dat ik veel later zal arriveren. Ook dat nog. Daar sta ik dan in de bloedhitte. Geen water bij me, geen winkel in de buurt. Geen mogelijkheid om nog wat op mijn smartphone te werken. Niks kunnen doen terwijl je het loeidruk hebt is frustrerend. Drie kwartier later rijdt de wegenwacht voor. Een aardige monteur voert een noodreparatie uit. “Dit onderdeel moet snel vervangen worden. Maak dus op korte termijn een afspraak met uw garage, mevrouw”, waarschuwt hij. Ik knik braaf terwijl ik me vertwijfeld afvraag hoe ik daarvoor nog een gaatje in mijn toch al overvolle agenda moet maken.

Op het eind van de middag heb ik nog een cliënt in de eigen praktijk. “En, aan vakantie toe?”, vraagt hij vriendelijk. “Jaaaaaaaa!” roep ik uit de grond van mijn hart.

Bernadet