Logisch, toch!?

Is informatie die we geven helder genoeg voor de cliënt?

“Kunt u binnenkort een uitstrijkje maken?”, vraag ik aan mijn huisarts. “Ik heb een oproep ontvangen van het bevolkingsonderzoek.” “Niet nodig, Bernadet. Tegenwoordig bestaan er zelfafnamesets. Ik acht jou prima in staat om daarmee om te gaan”, antwoordt hij.

Dat vind ik een goed idee. Uitstrijkjes laten afnemen is nou niet bepaald mijn favoriete bezigheid. Als ik dat tegenwoordig zelf mag doen, graag! Dus bestel ik een zelfafnameset bij het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Drie weken later ontvang ik een dikke envelop boordevol spulletjes, informatie plus een handleiding. Zelf het uitstrijkje afnemen blijkt een eitje.

Daarna verpak ik de zelfafnameset volgens de aanwijzingen. Stap 12 luidt: “Plak de adressticker op de retourenvelop.” Huh? Welke adressticker? Hoe ik de hele santenkraam ook draai en keer, ik vind alleen een sticker met mijn eigen adres erop, echter wél voorzien van een barcode. Dan zal hun adres wel in die barcode verstopt zitten, redeneer ik. Met moeite peuter ik de sticker los. Argggg! Een scheur! Geïrriteerd plak ik ‘m met flink veel tape op de retourenvelop. Voor de zekerheid schrijf ik ook nog maar het adres van het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker op de envelop.

De volgende dag vind ik mijn afnamesetje keurig terug in de eigen brievenbus. Ja, daar was ik al bang voor. Hoe dan? Op naar de website van het RIVM, die zal wel duidelijkheid verschaffen. Niet dus. Na lang zoeken vind ik een informatienummer. Tot mijn verbazing heeft de – overigens alleraardigste – mevrouw aan de telefoon ook geen idee waar ik de test naartoe moet sturen. Maar ze gaat het voor me uitzoeken. Waarom ze daarvoor zoveel persoonsgegevens nodig heeft mag Joost weten. En sta ik dan niet in hun bestand? Een beetje murw besluit ik het niet te vragen. Twee uur later heb ik het correcte retouradres in handen, hoera!

Moraal van dit verhaal: de betreffende instantie zal hun handleiding volkomen duidelijk vinden. Voor de gemiddelde consument is dat het echter niet. Gaan wij hier in onze pedicurepraktijk anders mee om? Ik vraag het me af. Mycosenagels, voetschimmel, voetwratten, likdoorns, ingegroeide nagels en wat daar allemaal aan te doen valt, het is voor ons beroepsbeoefenaars zo klaar als een klontje. We vinden zelf dat we het helder aan onze cliënten uitleggen. Maar misschien gooien we er onbewust hier en daar toch een Latijnse term tegenaan. Beroepsdeformatie heet dat. Ach, iedereen heeft toch zeker wel eens van een hallux valgus gehoord? Nou nee, de gemiddelde leek dus niet. Mensen zeggen wel dat ze het begrijpen maar is dat altijd werkelijk zo? Het valt vast niet mee om eventjes in vijf minuten een baal aan informatie over je schimmelnagels in je op te nemen en ook nog te begrijpen en onthouden wat je daaraan kunt doen.

Mijn ervaring met het RIVM is zodoende toch ergens goed voor. Ik ben me nu weer volledig bewust dat mijn uitleg en advies aan cliënten haast niet duidelijk genoeg kan zijn. Ook op schrift meegeven, regelmatig herhalen en checken of ze het begrijpen. Logisch, toch?

Bernadet