Plastic schoenen met sambal

“Kijk Berna, ik heb koopt!”, zegt mevrouw A. bij binnenkomst, terwijl ze triomfantelijk haar boodschappentas omhoog houdt. Daaruit komt een paar nieuwe schoenen tevoorschijn. “Is goed, ja?”, vraagt ze stralend. “Ik showen. Winkel zegt is goed.” Ik bekijk de goedkope plastic schoenen aan de voeten van mijn cliënt. Hak te hoog. Slap materiaal. Pasvorm: nul komma nul. Ai!

 

Deze nieuwe schoenen zijn nog slechter voor haar probleemvoeten dan het oude paar. Ik trek het me aan. Mevrouw G., afkomstig uit Marokko, heeft mijn schoenadvies kennelijk verkeerd begrepen. Heb ik te moeilijke woorden gebruikt? Of heeft ze zich deze flutdingen laten aansmeren in de schoenwinkel? Vermoedelijk speelt er ook een budgettair probleem mee. Daar had ik rekening mee moeten houden bij mijn advies.

Kortom: communicatieproblemen! En die treden vaker op bij mijn cliënten van buitenlandse komaf. Het zijn allemaal vrouwen met probleemvoeten en niemand van hen is de Nederlandse taal echt machtig.

Mevrouw S neemt haar zoontje soms mee om voor tolk te spelen. Hij spreekt de Nederlandse taal wél vloeiend. Sta ik daar aan een knulletje van een jaar of acht uit te leggen wat een likdoorn is, hoe ik die ga behandelen en wat zijn moeder kan doen om een recidief te voorkomen.

Naast taalproblemen heb ik te maken met cultuurverschillen. De voor mij soms onbegrijpelijke omgangswijze tussen mannen en vrouwen bijvoorbeeld. Zo vertikt een buitenlandse meneer om zijn halfzijdig verlamde mevrouw te helpen bij het in en uit de auto stappen. “Dat doe je in mijn thuisland nou eenmaal niet als man”, zegt hij. Dus plan ik deze cliënt direct na mijn pauze. Dan kan ik naar buiten rennen zodra de auto arriveert. Ik moet er niet aan denken dat ze valt.

De leuke cultuurverschillen overheersen gelukkig. Enkele vrouwen nemen steevast wat lekkers voor mij mee. Dat varieert van zelfgebakken koekjes tot complete warme maaltijden. Mijn ‘protest’ dat dit toch niet hoeft, is aan dovenmansoren gericht. Daarom geniet ik maar van al dat lekkers. Het zijn vaak pittige gerechten en daar krijg ik dan ook nog een beetje sambal bij gepresenteerd. Mjammie!

Sommige cliënten gaan zowat ieder jaar op vakantie naar hun thuisland. Dan blijven ze drie maanden of langer weg. Die lange afwezigheid doet hun voeten nooit goed. Vanwege de warmte lopen ze daar vooral op slippertjes of op blote voeten, diabetes of niet. Zodoende is er daarna meestal flink wat werk aan de voetenwinkel. Soms brengen ze een souvenirtje voor mij mee. Mevrouw L. trakteerde me afgelopen najaar op een geborduurd kleedje. Voor op dat kale werkblad, gebaarde ze. Met enige moeite wist ik haar uit te leggen dat dit uit hygiëneoogpunt niet kon. Nu ligt het kleedje op het tafeltje in de wachtruimte. Het vloekt bij de kleuren van het meubilair maar ach, het is zoooooh lief dus wat kan het schelen. De soms wat lastige communicatieproblemen kan ik ook beschouwen als een uitdaging. En bovenal verrijken deze vrouwen mijn leven en dat zie ik als grote winst.

 

Bernadet