Soesje voor Snoesje

“Ha, Snoesje!”, roept Iris me stralend toe terwijl ze de praktijkruimte binnen schommelt. Ze klemt haar mollige armen stevig om mijn hals en geeft me drie dikke klapzoenen. Met een plof zet ze haar grote gebloemde boodschappentas op mijn bureau. Na wat rommelen komt er een plastic bakje van de afhaalchinees uit te voorschijn. “Ik was gisteren jarig”, glundert ze, “en daarom hebben we soesjes gebakken op de Hoeve. Ik heb er twee voor jou bewaard, die kan je straks lekker opeten bij de koffie. Het bakje wil ik terug, want dat heb ik nog nodig.”

Iris is dertig jaar. Ze woont thuis bij haar ouders. Overdag werkt ze op een zorgboerderij. Eens in de twee maanden komt ze bij mij om haar mycosenagels dunner te laten frezen. Meer mag ik niet aan haar voeten doen, want dat kriebelt te veel. Ze ondergaat de behandeling altijd onder luid gegiechel. Zodra het klusje geklaard is, springt ze op uit de stoel en trekt haar sokken aan. Blij dat ze er weer voor een tijdje vanaf is. Ze noemt me steevast Snoesje en dat koosnaampje voelt heerlijk lief.

“Gefeliciteerd met je verjaardag, Iris”, zeg ik enthousiast, “Wat leuk dat jij soesjes voor mij hebt meegebracht. Dat wordt smullen straks!” Ik pak een schoteltje en spoel het bakje om. “Soesje voor Snoesje”, roept Iris, terwijl ze luidt om haar eigen grapje lacht.

Terwijl ik me over de nagels buig, schuift Iris onrustig in de stoel heen en weer. Ze reikt een paar keer met haar arm naar het bureau en trekt ‘m dan weer terug. Ik ben dat soort repeterende bewegi)ngen wel gewend van haar en ik weet, dat ik negeren het beste werkt. “Eigenlijk heb ik nog beetje honger”, komt de aap na een tijdje uit de mouw. “Het brood was vanmorgen op. Mag ik ook een soesje? Ik ben toch jarig”. Dit pleidooi staat als een huis. Ik reik haar het schoteltje aan en gulzig steekt ze de grootste soes in één keer in haar mond.

“Zal ik jouw nagels meteen even knippen?”, bied ik aan. “Dan krijg je dat van mij als cadeautje voor je verjaardag.” Tot mijn verbazing wil ze dat wel. Zo kan ik mooi gebruik maken van de gelegenheid om haar nagels nog wat meer te fatsoeneren.
Een half uurtje later zijn we klaar. Na een stevige afscheidsknuffel huppelt ze de praktijkruimte uit.

Mensen zoals Iris zijn heerlijke cliënten. Ze vrolijken me op en ze leren me genieten van de kleine maar fijne dingen in het leven, waar ik zelf nogal eens door drukte en stress aan voorbij loop. Ze laten zien, hoe je de wereld meer onbevangen tegemoet kunt treden.
Dus als ik ooit nog eens bij u op de koffie kom en de helft van de voor u meegebrachte bonbons terugvorder, dan weet u, waar het vandaan komt.

Bernadet