Microchirurgische ingrepen bevorderen kwaliteit van leven na borstreconstructie

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Microchirurgische plastische ingrepen bij lymfoedeem en herstel van gevoel in de borst, twee vaak voorkomende bijwerkingen na borstkankerbehandeling, kunnen de kwaliteit van leven sterk verbeteren. Dat stelt Anouk Cornelissen, plastisch chirurg in opleiding aan het Maastricht UMC+, in haar promotieonderzoek.

Eén op de 7 vrouwen krijgt gedurende haar leven borstkanker. Borstkanker is hiermee de meest voorkomende kanker bij vrouwen. Omdat de behandeling sterk verbeterd is door ontwikkelingen in borstkankerscreening, chemotherapie, radiotherapie en hormonale therapie, overleven steeds meer vrouwen borstkanker. Door betere screening beginnen vrouwen ook steeds jonger met (preventieve) borstkankerbehandelingen en moeten zij dus langer leven met de gevolgen. Hierdoor is er de laatste jaren meer aandacht voor borstreconstructies en aanvullende behandelingen die gericht zijn op de kwaliteit van leven.

Cornelissen heeft zich in haar onderzoek gefocust op twee veelvoorkomende bijwerkingen die hier grote invloed op hebben, namelijk: lymfoedeem (ernstige chronische aandoening, waarbij een zwelling ontstaat door vochtophoping) en het verlies van gevoel in de borst.

Lymfo-veneuze anastomose (LVA)

Momenteel wordt lymfoedeem behandeld door middel van het masseren van de arm en het dragen van een kous. Dit vermindert de klachten maar geneest ze niet. Cornelissen heeft voor lymfeoedeem gekeken naar het effect van  het aanleggen van een verbinding tussen lymfe- en bloedvaten (lymfo-veneuze anastomose). Bij 90% van de betrokken patiënten (20 vrouwen in totaal), is de levenskwaliteit significant verbeterd naar aanleiding van deze aanpak.

Herstel van gevoel in borst
Het verlies van gevoel is een bijwerking die bijna alle vrouwen ervaren na een borstkankerbehandeling. Hoewel het technisch gezien goed mogelijk is voor plastisch chirurgen om zenuwen om te leggen voor het herstellen van het gevoel, is het geen standaard ingreep. Reden daarvoor is dat er nog weinig onderzoek naar gedaan is. Cornelissen heeft zich in haar onderzoek gericht op vrouwen die een borstreconstructie hebben ondergaan met eigen buikweefsel (ook wel DIEP-lap genoemd). Bij hen werd een extra gevoelszenuw microchirurgisch aangesloten tijden de borstreconstructie. Gemiddeld gezien was de kwaliteit van leven bij deze vrouwen beter dan bij vrouwen bij wie geen extra gevoelszenuw is aangesloten.

Cornelissen hoopt dat de resultaten zullen leiden tot betere zorg: “De ingrepen zijn veelbelovend en bieden perspectief voor vrouwen na borstkankerbehandeling.”

Bron: Maastricht UMC+