‘Beweegbord’ helpt om patiënt sneller fit te krijgen

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: Albert Schweitzer ziekenhuis. Fysiotherapeuten Gerard Oosterling en Samira Hityahubessy bij het beweegbord.

Een ‘beweegbord’ moet patiënten van de Geriatrische Trauma Unit van het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht helpen sneller fit te worden. De behandelaars kunnen in één oogopslag zien wat de patiënt al heeft gedaan en kan, maar ook de patiënt zelf kan zijn of haar vorderingen zien.

Op het bord kunnen verpleegkundigen en artsen zien of de patiënt beweegt en wat hij of zij kan. Heeft de patiënt een rollator of een kruk nodig? Kan hij of zij zelf naar de wc? De pictogrammen op het bord geven dat duidelijk zichtbaar aan zodat de behandelaren op de conditie en mogelijkheden van de patiënt kunnen inspelen.

Fysiotherapeut Samira Hityahubessy: “Tijdens de ziekenhuisopname is het belangrijk dat de patiënt zo veel mogelijk in beweging komt, om de conditie en spierkracht op peil te houden of te brengen, maar ook om doorliggen of andere complicaties zoals een longontsteking te voorkomen. De patiënt moet zo veel mogelijk worden gestimuleerd om te bewegen en uit bed te komen en bewust worden gemaakt van het belang daarvan. Maar dat moet uiteraard veilig gebeuren en passend bij wat de persoon in kwestie kan.”

Fysiotherapeut Gerard Oosterling vult aan: “Normaal gesproken weet de eerstverantwoordelijke verpleegkundige hoe de patiënt opstaat en welke hulp bij het lopen vereist is. Maar soms hebben wij net met de patiënt geoefend en is de situatie veranderd. Het kan ook dat een andere verpleegkundige tussendoor iets met de patiënt doet. Dan moet eerst het dossier worden geraadpleegd en dat kost tijd. Vanaf nu volstaat één blik op het beweegbord om te weten op welke manier de patiënt beweegt. Voor de zekerheid een po gaan halen, is bijvoorbeeld niet nodig als het bord aangeeft dat de patiënt zelf naar het toilet kan lopen. Verpleegkundigen, artsen en andere zorgverleners kunnen de patiënt zo maximaal stimuleren.”

Bron: Albert Schweitzer ziekenhuis.