Btw-vrijstelling: ProVoet wint hoger beroep langslepende btw-zaak

Goed nieuws in bizarre (corona)tijden. Aan de langlopende rechtszaak van de btw-vrijstelling lijkt, voorlopig, een einde gekomen. Op 2 april 2020 ontving ProVoet het nieuws dat ook het hoger beroep van de Belastingdienst is gewonnen. De Belastingdienst heeft nog wel de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in cassatie te gaan bij de Hoge Raad.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Duimen omhoog

Pedicures zijn, evenals andere zelfstandige ondernemers, belastingplichtig voor de heffing van omzetbelasting (btw). Toch is het vreemd dat medisch pedicures niet onder de medische vrijstelling van de btw vallen, wanneer hun activiteiten al sinds 2011 voortvloeien uit de Zorgmodule Preventie Diabetische Voetulcera en deze ongelijkheid leidt tot een negatief effect op de tarieven.

In 2017 is ProVoet daarom ten behoeve van één van de leden een bezwaar- en beroepsprocedure gestart, om in een zogenaamd proefproces duidelijkheid te verschaffen over het geschil dat is ontstaan met de Belastingdienst.

Met name in de eindfase van de procedure is vanwege de gezamenlijke belangen intensief samengewerkt tussen ProVoet en de NVvP en in de zitting van 10 maart jl. werd ProVoet bijgestaan door de NVvP, die ook tijdens de zitting de standpunten hebben ondersteund.

Gedurende het verloop van de procedure is het geschil meer en meer nauwkeurig gedefinieerd tot de vraag of:

  • de instrumentele behandeling van patiënten binnen de Zorgmodule Preventie Diabetische Voetulcera 2019 is vrijgesteld van btw op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968

en of:

  • deze behandeling, die als gezondheidskundige verzorging van de mens is aangemerkt, van gelijkwaardige kwaliteit is als die van een podotherapeut (beroepsbeoefenaar volgens de Wet BIG);
  • of er bij een behandeling die als gezondheidskundige verzorging van de mens is aangemerkt, sprake moet zijn van een opleiding op hbo-niveau.

In de uitspraak d.d. 31-3-2020 komt het Hof Arnhem tot de slotsom dat het hoger beroep gegrond is (waarmee ProVoet in het gelijk gesteld is) op basis van het onderstaande:

  • de in de Zorgmodule beschreven instrumentele behandeling vormt een wezenlijk, inherent en onafscheidbaar deel van de preventieve diabetische voetzorg in Nederland en valt als zodanig binnen de reikwijdte van de vrijstelling van de Wet Omzetbelasting
  • de in de Zorgmodule  beschreven instrumentele behandeling die medisch pedicures geven verschillen, wat betreft omvang en aard en kwaliteit niet zo zeer van die, die podotherapeuten geven, dat dit een verschil in btw-behandeling rechtvaardigt
  • de kwaliteit van de handelingen die beide beroepsgroepen uitvoeren is verzekerd door de gemaakte afspraken binnen de Zorgmodule en de inkadering daarbij vanwege de wondvorming.

Ook concludeert het Hof dat:

  • de kwaliteit van de voetzorg aan de betreffende groep patiënten voorop staat en het in dit licht niet aannemelijk is dat dezelfde instrumentele behandeling door een podotherapeut van een hogere kwaliteit is in vergelijking met die door een medisch pedicure
  • de verdeling van de werkzaamheden die de instrumentele behandeling vormen, voortvloeit uit praktische overwegingen en voor zover van belang, niet is gedreven door een verschil in kwaliteit
  • de gezondheidskundige verzorging van therapeutische aard (=medisch noodzakelijke voetzorg) niet in alle onderdelen door (para)medisch personeel hoeft te worden verricht, waarmee voorkomen wordt dat de prijs van gezondheidskundige verzorging van de mens door de btw teveel stijgt.

Zowel ProVoet en NVvP zijn blij met deze uitspraak die voor alle betrokken partijen duidelijkheid verschaft.

Cassatie
Tot 12 mei bestaat de mogelijkheid dat de Belasting in cassatie* gaat. ProVoet doet er alles aan om een cassatie te voorkomen. Tot 12 mei is er dus nog een voorbehoud.

*Cassatierechtspraak is de laatste mogelijkheid om een uitspraak in een rechtszaak in Nederland aan te vechten. De Hoge Raad oordeelt of het recht en de procesregels juist zijn toegepast. De Hoge Raad kan een uitspraak van het gerechtshof eventueel vernietigen.

Bron: ProVoet